front

31 doden, 31 stenen

Een memorial ter herinnering aan de slachtoffers
van de schietpartij op 7 mei 1945 op de Dam in Amsterdam.

Het gedenkteken

31 doden, 31 stenen is een memorial voor de slachtoffers van de schietpartij op 7 mei 1945 op de Dam in Amsterdam.
Kranten maakten vlak na de schietpartij melding van 19 tot 40 doden. Het drama werd afgedaan als een ‘noodlottig misverstand’. Diepgaand onderzoek naar de toedracht en het aantal slachtoffers en hun namen bleef decennialang uit. Tot Stichting Memorial 2015 voor Damslachtoffers 7 mei 1945 een uitgebreid onderzoek naar het werkelijke aantal slachtoffers startte. Dankzij de stichting hebben inmiddels 31 slachtoffers een naam en een gezicht gekregen.

Gezamenlijk ontwerpen en herdenken

Van juni 2015 tot maart 2016 werden op de interactieve website plaatseensteen.nl 15.509 virtuele steentjes geplaatst waaruit de letters van de namen van de slachtoffers zijn samengesteld. Zo kreeg herdenken een nieuwe betekenis door iedereen actief te betrekken bij de ontwikkeling en totstandkoming van dit unieke memorial. Op 1 maart 2016 werd het collectieve digitale ontwerp naar reliëfs in steen overgebracht en is het nu in het plaveisel van de Dam vereeuwigd. De onthulling van de 31 naamstenen vond plaats op 7 mei 2016.

Play
Kijk hoe de 31 namen in de loop van negen maanden zijn gegroeid en getransformeerd. Muziek: De Volharding, Louis Andriessen © Boosey & Hawkes, London

Website plaatseensteen.nl

Bezoekers aan plaatseensteen.nl werden uitgenodigd om per naam één steen te plaatsen en één te verplaatsen. Zo ontstond een steeds groeiend en veranderend letterbeeld.
Als eerste ontstond de basisstructuur van de namen met één rij stenen per letter. Met de groei van het aantal bezoekers aan plaatseensteen.nl werden steeds meer steentjes geplaatst en verplaatst, en meer beslissingen genomen: waar kan de letter groter en waar dikker, kan hij nog duidelijker? Door één steen te mogen plaatsen en verplaatsen groeide én transformeerde het letterbeeld continu, negen maanden lang. Op 1 maart 2016 werd plaatseensteen.nl afgesloten, waarna het eindresultaat op 31 granieten platen werd vereeuwigd: voor ieder slachtoffer één.

Fotos: Gert Jan van Rooij, fotos tijdens constructie: Luna Maurer, Ronald van Tienhoven
7 mei 1945

De toedracht

Maandag 7 mei 1945 – Een lentezon verwarmt een grote menigte op de Dam in Amsterdam. Het is feest. Twee dagen eerder gaven de Duitsers zich over, ze zullen zich terugtrekken. Eindelijk. De geallieerde troepen komen dadelijk op de Dam aan. Mannen, vrouwen en kinderen wachten ze op. Er wordt gekuierd en gepraat, een poppenspel vermaakt kinderen, op muziek uit draaiorgel Het Snotneusje wordt gedanst. Niets wijst erop dat het enkele uren later volledig mis zal gaan.

Schoten

Aan het begin van de middag arriveren de eerste geallieerden. Een Engelse verkenningseenheid van de Polar Bears. Bevrijders. In een roes van blijdschap beklimmen de mensen hun voertuigen. Vanuit de Groote Club op de hoek van de Kalverstraat en de Dam kijken soldaten van de Duitse Kriegsmarine uit op het plein. Rond en op de Dam bevinden zich leden van de Binnenlandse Strijdkrachten. De Polar Bears blijven dan ook niet lang. Ze weten dat het nog niet overal veilig is. Wie er begint met schieten weet men tot op de dag van vandaag niet precies.

Schuilen

Het is drie uur ‘s middags als het schieten begint en de eerste slachtoffers vallen. Er ontstaat paniek; in het wilde weg probeert de menigte te ontsnappen, er wordt geduwd en vertrapt. Mensen schuilen waar het nauwelijks kan, achter lantaarnpalen, achter karren. Ook het draaiorgel vormt een schuilplaats. Sommigen gaan erachter liggen, in de lijn van de vuurlinie, om zo de kogels te ontwijken, mens achter mens, als een macabere, opgerekte schaduw. Een uur houdt het schieten aan. Padvinders en Rode Kruis-medewerkers verzorgen zelfs tijdens het schieten de gewonden.

Voor meer informatie bezoek
de-dam-zevenmei1945.nl

image_01

Foto genomen vanuit gebouw Industria, de huidige Koninklijke Industrieele Groote Club, 7 mei 1945, Amsterdam. Foto: W.F. Leijns / © Nederlands Fotomuseum

image_02

Foto genomen vanuit een pand nabij de Nieuwe Kerk. De schietpartij lijkt beëindigd, de Dam ligt er verlaten bij. Groepjes hulpverleners voeren gewonden af, met gevaar voor eigen leven. Foto: Wiel van der Randen, Nationaal Archief/Spaarnestad Photo

31 namen

Popke Sjoerd Bakker
Popke
* Leeuwarden 15 december 1912
† Amsterdam 7 mei 1945

Popke is actief in het verzet. Al voor de oorlog helpt hij Joodse families in Duitsland. Die dag is hij al vroeg op de Dam aanwezig, waar hij met vrienden het Wilhelmus zingt.

Popke wordt vermoord met een schot door zijn hoofd en één door zijn long. Hij leeft nog als hij op een kar wordt geladen en naar het ziekenhuis wordt gebracht. Hij is de derde binnen het gezin die door oorlogsgeweld sterft, ook zijn broer Sjoerd en zijn oom Paul waren actief in het verzet, ook zij werden vermoord.

Popke laat een vrouw, Ida Johanna Wiedenhoff, en twee jonge kinderen achter. 

Johannes Bobeldijk
Joop
* Amsterdam 9 januari 1901
† Amsterdam 7 mei 1945

Joop heeft een hechte band met zijn broer Wim. Samen zijn ze op de Dam. Ze zijn er als leden van de Binnenlandse Strijdkrachten. Johannes is groepscommandant.

Er wordt thuis niet veel over gesproken, alles wat met het verzet te maken heeft is geheim. Zoon Johan vertelt dat zijn oma ranglinten op overalls naaide. Hij vermoedt dat zijn vader vanwege zijn wapenkennis tot groepscommandant is benoemd. Hij is immers in militaire dienst geweest.

Joop sterft in het Binnengasthuis aan zijn verwondingen en wordt begraven op de erebegraafplaats in Loenen. Hij laat twee kinderen achter: Johan en Adriana. Van hun moeder is hij gescheiden.

Geertruida Boelen
Truus
* Amsterdam op 19 augustus 1929
† Amsterdam 7 mei 1945

Truus’ vader heeft de kinderen nog zo gewaarschuwd niet de stad in te gaan, er wordt geschoten. Hij heeft het zelf gezien, eerder die dag, op het Leidseplein. Toch gaat Truus, met haar vrienden.

Haar broer Jilt weet al snel dat ze niet meer leeft. Hij durft het zijn ouders niet te vertellen, hij is pas veertien jaar oud. Zijn ouders horen het van een verpleegster, dezelfde avond om een uur of zeven. 
De volgende dag zal Jilt Truus identificeren, zijn ouders kunnen het niet. Samen met een buurman gaat hij, gewapend met een foto van zijn een jaar oudere zus, naar de Zuiderkerk. Daar vindt hij haar. Hij zegt: ‘Het leven is hierna nooit meer hetzelfde geweest.’

Truus laat haar ouders, Jilt en Geertruida Boelen, en haar broer Jilt achter. Ze wordt thuis opgebaard zodat iedereen afscheid kan nemen, en iedereen kómt afscheid nemen. Tijdens de begrafenis wordt de kist door jongens uit de buurt gedragen.

Elisabeth de Boer
Bep
* Amsterdam 26 oktober 1928
† Amsterdam 8 mei 1945



Achterneef Theo vertelt dat zijn moeder Truus er niet graag over praatte. Truus is het nichtje van Bep, ze wonen twee deuren van elkaar vandaan. Zij is het die met haar op de Dam is. Zij trekt haar nichtje achter een platte kar, en even later erop, zodat ze naar het ziekenhuis vervoerd kan worden. Want ook al schuilen ze, haar nichtje is geraakt door verdwaalde kogels. En zij niet.

Bep overlijdt volgens de Verklaring van Overlijden in het Binnengasthuis als gevolg van een buikschot met veertien darmperforaties. Op 8 mei 1945 om 20:15 uur. Toch denkt Truus dat Bep, door haar Liesje genoemd, al op de kar gestorven is. Ze zal de rest van haar leven moeite hebben zich in menigten op te houden.

Bep laat haar ouders, Sietse en Magdalena de Boer, en vijf broers en zusters achter: Eerd, Co, Alie, Jan en Annie. En nicht Truus.

Willem van den Boogaard
Wim
* Amsterdam 12 december 1914
† Amsterdam 7 mei 1945

Dochter Jeanette kent het verhaal over de dood van haar vader uit de mond van haar moeder. Ze is drie als hij overlijdt. Ze zegt: ‘Mijn moeder wist niets over wat hij deed.’ Willem is lid van de Binnenlandse Strijdkrachten en daardoor vaak van huis. Regelmatig vertrekt hij naar wat op dat moment nog de Nederlandsche Bank heet. In de kelder liggen wapens opgeslagen. Is hij daar om te oefenen? Op 7 mei moet hij op de Dam zijn. Om daar te helpen? Hij vertrekt al een dag eerder, op 6 mei.

Er zijn beelden. In het geheugen van J. Versluys bijvoorbeeld. Willem probeert te schuilen als het schieten begint. Achter een lantaarnpaal. Versluys ziet hem vallen, met zijn mitrailleur. Net hiervoor is Willem gefilmd terwijl hij zelf aan het filmen is; aan de lichte plekken op zijn uniform kun je zien hoe mooi het weer die dag is. Hij filmt, het feest, de menigte. Na het bloedbad wordt zijn camera opgepakt door een onbekende die verder filmt waar Willem is gestopt. Als de Dam leeg is, en het schieten voorbij.


Op de foto van Willems begrafenis zie je leden van de Binnenlandse Strijdkrachten zijn kist dragen. Daarachter loopt de weduwe, aan haar hand haar dochtertje, in het wit.

En er is de foto van J. W. Hofman, gemaakt op 7 mei. Vijf doden liggen zijdelings op de stoep.Willem ligt vooraan.

Hij laat een vrouw, Ella Catharina Boogaard-De Wit achter, en twee kinderen: Jeanette en Wim.

Fredericus Joseph Budde
Herman
* Hengelo 13 maart 1916
† Amsterdam 7 mei 1945

Op 7 mei 2010 pakt dochter Dora twee vellen papier en schrijft: ‘Op 7 mei 1945 is mijn vader doodgeschoten op de Dam!’ Met behulp van touw hangt ze het ene vel op haar borst en het andere op haar rug. Even later is ze op de Dam. Af en toe spreekt iemand haar aan en dan praat ze over haar vader. Het voelt euforisch.

Op de ochtend van 7 mei 1945 zegt Herman tegen zijn vrouw: ‘Klasien, we gaan een heel nieuw leven beginnen.’ Zijn oudste zoon is erbij als hij wordt doodgeschoten. Als het jongetje wordt gevonden zit hij onder het bloed. Hij is zeven jaar.

Het gezin krijgt geen uitkering na Hermans sterven, noodgedwongen hertrouwt de weduwe. Dora moet haar nieuwe vader met ‘papa’ aanspreken. Ze vertikt het.

Ook al heeft Dora haar vader nauwelijks gekend, ze bewaart een beeld van een zachtmoedige, wijze man. Beter dan alle andere vaders. Af en toe ervaart ze een gevoel van bescherming, alsof hij over haar waakt. Ze is ervan overtuigd dat hij na haar dood op haar zal staan te wachten.

Elk jaar, op 7 mei om drie uur, steekt ze een kaarsje aan. Soms, ook als het geen mei is, gaat ze op een bankje op de Dam zitten. Soms zit ze er uren.

Wilhelmus Petrus Bakker
Willem
* Amsterdam 21 augustus 1900
† Amsterdam 8 mei 1945

Eerder is Willem hofmeester bij de Stoomvaart Maatschappij Nederland en vaart onder andere op Indië. Later is hij eigenaar van een kroeg aan de Nieuwendijk. Op 7 mei is hij op de Dam. Ook zijn twee neven daar: Willem Kint en Henricus Bernardus Vloothuis. Als het schieten begint ontstaat er paniek. De twee neven raken elkaar in de massa kwijt. Ze horen pas later dat hun oom er ook is geweest, dat hij overleden is. Ze kennen hem nauwelijks, er is nooit zo veel contact geweest.

Willem sterft in het Binnengasthuis aan buikwonden. Hij laat een vrouw achter, Truus Kint. Ze hebben geen kinderen.

Willem Cieraad
Willem
* Zwolle 30 juni 1896
† Amsterdam 8 mei 1945

Zoon Gerard is vier jaar wanneer hij met zijn ouders op de Dam is om feest te vieren. Maar zijn moeder neemt hem mee naar huis, ze heeft het benauwd. Door het weer? Het is warm die dag. Vanwege de menigte? Op de Dam bevinden zich heel veel mensen. Zijn vader Willem blijft. Voor het portaal van de Nieuwe Kerk wordt hij doodgeschoten.

Gerard gaat samen met zijn moeder naar zijn vader kijken. Hij ligt opgebaard in de Nieuwe Kerk.

Op de rouwadvertentie staat: ‘…overleed door een noodlottig ongeval te Amsterdam onze innig geliefde Zoon, Broeder, Zwager en Oom Willem Cieraad, Echtgenoot van Antje Smit, in den leeftijd van bijna 49 jaar.’

Willem laat zes kinderen waaronder de kleine Gerard achter. En zijn vrouw, Antje Smit. Ze hertrouwt, maar haar tweede echtgenoot zal zes jaar later al komen te overlijden.

Gerardus Bernardus Cornelisse
Gerrie
* Amsterdam 25 mei 1936
† Amsterdam 7 mei 1945

Volgens tante Anna Knuit is Gerrie een teruggetrokken jongen die liever niet op de voorgrond treedt. Op 7 mei kunnen zijn ouders niet mee, ze hebben een druk bezochte bakkerszaak. Daarom gaat Gerrie alleen met zijn zes jaar oudere broer Jan naar de Dam. Even later zullen ze elkaar kwijt raken in het gedrang.

Die middag komt Jan thuis maar Gerrie niet. Na diverse telefonades hoort zijn familie dat de jongen naar de Oude Kerk is gebracht. Daar ligt hij opgebaard.

Gerrie laat zijn ouders, Catrien Visser en Jan Cornelisse achter. En zijn broer Jan.
Gerrie is de jongste van de 31 slachtoffers. Hij is acht jaar als hij sterft.

Petrus Antonius Joseph van Dam
Petrus
* Gouda 17 september 1877
† Amsterdam 7 mei 1945


Volgens schoondochter Tine van Dam hield haar schoonvader van feesten. En die dag is het feest. Pas als hij niet komt opdagen bij het avondeten vermoedt zijn familie dat er iets ergs met hem is gebeurd. Ze vinden hem in de Oude Kerk. Hij moet op slag dood zijn geweest ook al zit er een verband om zijn hoofd.

Op een van de foto’s van fotograaf Wiel van der Randen is Petrus te zien. De fotograaf heeft gedurende de oorlog zorgvuldig een paar fotorolletjes bewaard, ze zijn schaars. Op de dag van het bevrijdingsfeest installeert hij zich op het dak van de kosterij, naast de Nieuwe Kerk. Bijna alle foto’s die hij die dag maakt zijn van boven af genomen.

Zo ook de foto van Petrus. De gevel van het pand op de hoek van de Eggertstraat en de Dam ontneemt deels het zicht. Om Petrus heen liggen stukjes papier, wit, als grof uitgevallen confetti. Het verlaten ijscokarretje herinnert aan de feestvreugde.

Zestig jaar later, in een televisiereportage van RTV Noord-Holland, vertelt Tine dat het gevoel heel dubbel is, die avond in 1945. Haar schoonvader is dood én Nederland is bevrijd.



Petrus laat zijn vrouw, Johanna den Riet, en acht kinderen achter.

Pieter Hendrik Diekmeijer
Henk
* Muiden 18 december 1898
† Amsterdam 7 mei 1945

Op 7 mei 1945 neemt Henk zijn twaalfjarige zoon Henk mee.

Als er paniek ontstaat raken vader en zoon elkaar kwijt. Zoon Henk heeft moeite niet onder de voet gelopen te worden door de vluchtende menigte. Later die middag wordt hij thuisgebracht. Ook zijn vader wordt thuisgebracht, dood.

Eind jaren tachtig duiken er in de krant opnieuw foto’s op van het drama op de Dam. Zoon Henk maakt zijn dochter Janine, dan nog een tiener, ’s nachts wakker. Hij dwingt haar naar de foto’s te kijken. Zij is degene met de betere ogen, zij moet zien wat hij niet ziet. Hij heeft het wel geprobeerd, de hele nacht al beweegt hij met een vergrootglas boven de foto’s in de hoop zichzelf en zijn vader te kunnen ontdekken. Op een ervan rent een klein wit figuurtje achter de vluchtende massa aan. ‘Ben ik dat?’, schreeuwt hij, ‘Ben ik dat!?’

Janine kan moeilijk zeggen of de problemen die haar vader in zijn tragische leven heeft, zijn voortgekomen uit iets dat aangeboren is of een gevolg zijn van de gebeurtenissen op 7 mei 1945.

Henk laat een vrouw, Margaretha van Noordt, en de kinderen Henk en Jan achter. Margaretha heeft de gebeurtenissen niet goed kunnen verwerken, maar heeft haar best gedaan om goed voor haar kinderen te zorgen.

Frans Johannes Feller
Frans
* Belfeld 2 februari 1927
† Amsterdam 7 mei 1945

Op het moment dat Frans op de Dam door kogels wordt getroffen zit zijn vader August in een Duits tuchthuis een straf uit. Hij heeft vanaf 1935 Duitse communisten bij het smokkelen van anti-nazi drukwerk geholpen. Uit vrees voor de Gestapo verhuist zijn gezin begin 1940 naar Amsterdam.

Frans is de jongste van tien kinderen. Zijn zus Marie waarschuwt hem niet te gaan, maar hij wil zo graag. Volgens nicht Corry is hij op de Dam met een vriendinnetje.

Hij is niet op slag dood maar sterft volgens de verklaring van overlijden om 19:30 uur aan de gevolgen van ‘schotwonden en darmperforaties’. Hij wordt teruggevonden in de Westerkerk.

Frans laat zijn ouders, August Feller en Katharina Heuser, en negen broers en zussen achter. Als hij sterft is hij achttien jaar.

Everdina Johanna Buddingh-van der Flier
Dien
* Amsterdam 18 september 1917
† Amsterdam 22 juni 1945

Dien brengt haar dochtertje van zeven maanden naar haar ouders zodat ze naar de Dam kan gaan. Tijdens de schietpartij krijgt ze een kogel in haar knie.

In het ziekenhuis is het zo druk dat gewonden met verwondingen aan hun onderlichaam naar huis worden gestuurd. Thuis wordt ze verzorgd, onder andere door Guus Goede. Twee jaar later zal Guus met Diens’ man trouwen. Met de weduwnaar Buddingh.

Het gaat mis ruim een maand na de ramp op de Dam. Dien heeft een infectie opgelopen en in het ziekenhuis blijkt dat haar onderbeen geamputeerd zal moeten worden. Tijdens de operatie sterft ze.

In haar overlijdensadvertentie staat: ‘Heden nam de Heere plotseling tot Zich in zijn heerlijkheid, na een geduldig gedragen lijden, veroorzaakt door een schotwond op den Dam, onze lieve Dochter, Zuster en Behuwdzuster Everdina Johanna Budding – v.d. Flier…’

Dien laat een man, Cornelis Willem Buddingh, en een dochtertje achter. En haar ouders, vader en moeder van der Flier, en vijf broers en zussen.

Hendrina Louise Koper-Frank
Hendrina
* Amsterdam 22 april 1915
† Amsterdam 8 mei 1945

Hendrina’s dochter, mevrouw H.L. Doves-Koper, vertelt dat ze die dag op de Dam zijn, zij, en haar vader en moeder. ‘Ook wij’, zegt ze. Net als al die anderen.

Haar vader is korporaal in het Nederlandse leger en heeft een tijd ondergedoken gezeten. Net voor het schieten begint, ziet hij Duitsers staan op het balkon van de Groote Club. ‘Dit gaat fout’, zegt hij en dan is er geen tijd meer om iets te doen. Hij duikt op zijn dochter. Het is haar moeder Hendrina die schoten opvangt.

De Verklaring van Overlijden laat zien hoe zeer de kogels haar hebben geraakt: ‘…buikschot, nier, lever, pancreas, milt, ruptuur; maag, colon, darm geperforeerd.’

Hendrina wordt begraven in een familiegraf waar al eerder haar broer en moeder begraven werden. Op de Algemene begraafplaats in Zandvoort.

Ze laat een man, Cornelis Koper en een dochtertje achter.

 

Jan Goede
Jan
* Landsmeer 2 juni 1876
† Amsterdam 7 mei 1945

Kleindochter Ineke heeft de kogel gezien. Ongeveer drie centimeter lang en cilindrisch van vorm is hij. In dat wat er van Jans das over is: een hechte kluwen van verfrommeld garen en vezels, wordt hij teruggevonden. Het kogelgaatje is ongeveer drie millimeter groot. Het zit in het rugpand van zijn jas; Jan is van achteren beschoten.

Jan Goede is breed geïnteresseerd en de eerste in Landsmeer met een telefoonaansluiting. Hij is een eierhandelaar met een bedrijf dat ook in het buitenland handel drijft. Op 7 mei 1945 vertrekt hij vanuit zijn woonplaats Landsmeer naar de Dam in Amsterdam. Op de fiets. Die fiets hield hij al die tijd goed weggestopt, de Duitsers mochten die niet vinden. Maar die dag rijdt hij erop. Hij wil de Canadezen zien.

Op een handkar wordt Jan terug naar huis vervoerd. Hij zal niet meer meemaken dat ook zoon Simon komt te overlijden. Op 24 juni 1945 sterft verzetsstrijder Simon Goede in kamp Ravensbrück aan de gevolgen van uitputting.

Jan laat een vrouw, Geertje Kalf, en zeven kinderen achter.

Maria Nella Jager-van Hooff
Mies
* Gestel 1 juli 1916
† Amsterdam 7 mei 1945

Mies, correspondente van beroep, sterft volgens de opgave van overlijden ‘ten gevolge van kogelwonden op 7 mei 1945 om 15:00 uur op De Dam’. Ze is dan 28 jaar oud.

Op 15 mei 1945 schrijft haar man Geert Jan een brief. Hij is gericht aan hun vroegere buren.

‘Amsterdam 15 mei 1945. Zeer Geachte Familie Blei,

Door deze vervul ik de droeve taak U mede te deelen dat mijn echtgenoote Maandag 7 mei op de O.Z. Voorburgwal is doodgeschoten door de Duitschers die vanuit de Groote Club met machinepistolen en mitrailleurs op de menschen vuurden. Zij werd getroffen door een explosieve kogel en is onmiddellijk aan de vreeselijke verwondingen bezweken. Zelf heb ik een doorschoten linkerarm. Vooral voor ons dochtertje is het heel erg en is zij niet te vervangen. U wilt ook wel aan Coen en Rietje mededeelen wat er gebeurd is. Ons dochtertje is bij vreemde menschen ondergebracht waar ze gelukkig uitstekend wordt verzorgd.
 Met beste groeten, 
Hoogachtend, 
Jager’

In 1947 zal Geert Jan hertrouwen met Aafje Blei, de jongste dochter van zijn vroegere buren.

Mies laat een man, Geert Jan Jager, en een dochter achter.

Petrus Hendricus Antonius Hutjes
Han
* Den Haag 26 november 1925
† Amsterdam 7 mei 1945

In 1988 valt Frits Greefkes van een ladder. In de twee weken dat hij in het ziekenhuis ligt met een hersenschudding, zal hij ’s nachts meerdere keren gillend wakker worden. Steeds ziet hij het gezicht voor zich van de jongeman die hem op 7 mei 1945 redde door hem weg te duwen van de kogelregen. Steeds weer ziet hij hem vallen. Meer dan ooit is het belangrijk om te weten wie hem op 7 mei 1945 heeft gered.

Op die dag is de vijfjarige Frits samen met zijn moeder en zusje op de Dam. Hij herinnert zich nog het groepje verpleegsters dat danst met Rode-Kruiskorpsleden. Als er wordt geschoten rennen ze richting de Kalverstraat. Een jongeman in een beige regenjas duwt hem weg uit de kogelregen en wordt zelf geraakt.

Frits’ wens wordt een obsessie. Wie is de man die mijn leven redde? In de Telegraaf van 5 mei 1988 verschijnt een artikel. Twee weken later komen familieleden van Han langs bij Frits. Ze hebben een schilderij van Han bij zich, dat is geschilderd door zijn vader. Op het schilderij ziet Frits de jongeman die hem redde terug. En dan wil hij nog maar een ding. Zo snel mogelijk de hoogbejaarde moeder van Han zien om haar te vertellen dat het niet voor niets is geweest, de dood van haar zoon.

Han is enig kind. Hij laat zijn ouders, Adam Hutjes en Elisabeth Hutjes-Verbeek achter. Als hij overlijdt is hij negentien jaar. Na het overlijden van zijn moeder komt het schilderij in het huis van Frits Greefkes te hangen.

Elisabeth Wieland-Lacourt
Elisabeth
* Amsterdam 18 april 1902
† Amsterdam 7 mei 1945

Truus Stoelinga, Elisabeths nicht, is met vrienden op de Dam. Ze staan bij Krasnapolsky en vluchten de Warmoesstraat in als het schieten begint. Terug in de Jordaan horen ze de geruchten. Elisabeth, die dag met een buurvrouw op de Dam, zou zijn doodgeschoten.

Als Elisabeth aan het eind van de dag niet terug is, vraagt haar man zijn kinderen om hun moeder te gaan zoeken. Ze vinden haar in de Zuiderkerk. Ze blijkt op slag gedood.

Truus zegt: ‘het was hartverscheurend, ze was zo’n lieve vrouw.’

Elisabeth laat een man, Hendrik Wieland, en drie kinderen achter. Ze wordt begraven op de Nieuwe Oosterbegraafplaats.

Willem de Leeuw
Wim
* Amsterdam 24 mei 1931
† Amsterdam 7 mei 1945

De rest van de familie spreekt er eigenlijk liever niet over, maar mevrouw Piper-Stuurop, de dochter van Wims oudere zus Leni, heeft via de verhalen van haar moeder haar verdriet en dat van haar grootouders, van dichtbij meegemaakt.

Op 7 mei 1945 heeft Wim geen zin om mee te gaan naar de Dam. Hij is een serieuze jongen, een studiebol die op de HBS zit. Hij speelt piano. Toch weet zijn moeder hem over te halen: ‘je vrienden en vriendinnen gaan ook allemaal, kom, we gaan plezier maken!’. 
Tijdens de kogelregen loopt ze achter hem en ziet hoe de rug van haar jongste kind rood kleurt van het bloed.

Het woordje als heeft maar drie letters, en toch zoveel betekenis. Als we maar niet vanuit Zeeland naar Amsterdam waren verhuisd. Als we die dag maar thuis waren gebleven. Als ik hem maar niet had overgehaald. Elke dag dringen deze vragen zich aan Wims moeder op. Ze wordt geestesziek en sterft van verdriet.

Wim laat zijn ouders Izak de Leeuw en Wilhelmina Helena Kempe achter. En zijn negen jaar oudere zus Leni de Leeuw. Wim is haar lieve kleine broertje. Ieder jaar, op 7 mei om kwart over drie, zal ze op haar stoel zitten en voor zich uit staren zonder te spreken.

Hilligje Mastenbroek
Hilligje
* Amsterdam 7 september 1924
† Amsterdam 7 mei 1945

Hilligje werkt bij een familie op de Prins Hendrikkade. Net als alle jonge meisjes wil ze die dag de intocht van de Canadezen meemaken. In haar lunchpauze gaat ze naar de Dam. Alsof ze een voorgevoel heeft gehad, heeft ze eerder de zeep en chocolade uit het bevrijdingspakket weggegeven.

Is Hilligje richting Peek en Cloppenburg gevlucht? In de Verklaring van Overlijden wordt gesproken van een schotwond, maar broer Hans heeft altijd begrepen dat ze onder de voet is gelopen en door een winkelruit wordt geduwd. Hij herinnert zich zijn oudere zus als een ‘lief en net meisje’.

Die avond komt ze niet thuis. Na een angstige zoektocht wordt ze teruggevonden in de Zuiderkerk. Een vriend, Klaas van der Woude, brengt haar op een handkar naar huis waar ze wordt opgebaard. Een bloemenkrans siert haar hals en bedekt de werkelijkheid: de wonden die haar dood werden. Vrienden en bekenden zorgen voor een grafsteen.

Ze laat haar ouders, Roelof Mastenbroek en Sjoerdtje Stopie achter. En haar twee broers: Adrianus en Johannes. Wat van haar rest zijn een foto en een poëziealbum.

Antje Quant-Moeke
Antje
* Ambt-Ommen 21 juni 1902
† Amsterdam 7 mei 1945

Zoon Kees is met een vriend op de Dam, maar ze vinden het er veel te druk en gaan vissen. Zijn moeder Antje is er met de buurvrouw. De buurvrouw komt terug en Antje niet.

Als het schieten begint, rent Antje de Nieuwendijk op. Ter hoogte van het gebouw waar nu de C&A zit, dringt zich een kogel in haar nek. Haar slagader wordt geraakt. Ze sterft op de bakfiets die haar naar het Binnengasthuis vervoerd.

Kees heeft zich nooit eerder geuit over het verlies van zijn moeder, hij heeft nooit eerder contact gehad met anderen over de bevrijding en 7 mei 1945. Hij zou een boek kunnen schrijven over wat er gebeurde.

Antje laat een man, Jan Quant, een dochter en zoon Kees achter. Hij is veertien als hij zijn moeder verliest en heeft haar erg gemist. 

Johannes Jan Ooms
Hans
* Harlingen 11 mei 1928
† Amsterdam 7 mei 1945

Zijn ouders houden hem gedurende de oorlog liever binnen. Hans is groot voor zijn leeftijd, hij zou zo maar opgepakt kunnen worden tijdens een razzia voor de Arbeitseinsatz. Als het mooi weer is, ziet zijn buurjongen Hans van Zwol hem regelmatig op de veranda staan aan de achterzijde van zijn huis.

Die dag is Hans met zijn moeder op de Dam. Ze zijn verbonden aan het Leger des Heils en zullen liederen zingen om de bevrijding te vieren. Hij wordt geraakt door een kogel.

De begrafenisstoet gaat vanaf de Vrolikstraat te voet naar Zorgvlied. De kist wordt gedragen door Hans’ vrienden van de Christelijke Jonge Mannen Vereniging. Aan de kop van de stoet speelt het muziekkorps van Amsterdam Oost. Hans was een van hun muzikanten. Zijn moeder draagt een uniform van het Leger des Heils en zijn zussen zijn in het wit.

Hans laat zijn ouders, Hans Ooms en Antonia Helena Ooms-de Klerk, zijn twee zussen en een broer achter.

Rika Overdijk
Rita
* Amsterdam 23 november 1932
† Amsterdam 7 mei 1945

Rita zit op de Pestalozzi School op de Nassaukade, een ‘deftige’ meisjesschool waar de meisjes al vroeg Frans leren. Tiny Poggenklaas is een klasgenootje. Ook zij is op de Dam als haar vriendinnetje Rita wordt doodgeschoten. Maar zij ontkomt aan het kogelvuur, jonge mannen hijsen haar door een kapotgeslagen raam van een bankgebouw naar binnen. Een andere vriendin, klasgenootje Alida Groeneveld, is juist niet op de Dam. Door Rita niet, want die heeft haar vriendin een voedselbon gegeven en daarmee krijgt haar dag een heel andere bestemming.

Alida noemt haar overleden vriendinnetje ‘een lief en rustig klasgenootje dat goed kon leren’. Elk jaar in mei haalt ze haar foto tevoorschijn. De foto van Rita die na het drama in de klas wordt uitgedeeld. ‘Vergeet haar nooit! En vergeet ook nooit dat ze door de Duitsers werd doodgeschoten op 7 mei 1945’, staat op de achterkant. 
Aan het einde van het schooljaar in 1945 is er een optreden op school. Ook de ouders van Rita zijn er en bedanken iedereen voor de goede zorgen die ze na de dood van hun dochter hebben mogen ontvangen.

Rita staat tussen haar ouders als ze wordt doodgeschoten. Dirk Overdijk en Rimkien Ossel verliezen hun enige kind.

Johannes Wilhelmus Saelman
Jan Saelman
* Amsterdam 22 augustus 1881
† Amsterdam 7 mei 1945

Op het bidprentje ter nagedachtenis van Jan staat: ‘Toen ik den vrede genoot, hebt Gij mij deze bitterheid overgezonden; maar Gij hebt mijn ziel verlost en van den ondergang bevrijd.’ En: ‘…Lieve vrouw, die mij zoo trouw terzijde hebt gestaan in vreugde en in zorgen, in arbeid en in rust, ik ga van u heen maar verlaat u niet. Blijf met mij vereenigd in gebed en offer, zooals ik met u vereenigd blijf in den vrede des hemels en in gebed.’

Op 7 mei 1945 sterft Jan op de Dam. Hij wordt drieënzestig jaar oud.

Hij laat een vrouw, Louise Wilhelmina Saelman-Weber, achter. En een dochter, Johanna Maria.


Willem Theodorus Schermacher
Willem
* Amsterdam 11 oktober 1879
† Amsterdam 7 mei 1945

Op 7 mei 1945 gaat Willem een pakje sigaretten halen en blijft kijken op de Dam. Volgens achterkleindochter Angela kruipt Willem nadat hij door kogels is geraakt naar een portiek. Hij roept om hulp, klopt op de deur, maar niemand doet open. Alle hulp is dan al te laat. Willem sterft aan de gevolgen van ‘schotwonden in de longen’.

Willem laat een vrouw, Theresia Schermacher-Telman, en kinderen achter.

Jurrianus Lambertus Stad
Janus
* Amsterdam 14 november 1918
† Amsterdam 7 mei 1945

Janus, een betonwerker, duikt gedurende de oorlog vier jaar onder. Die dag is het genoeg geweest. Hij zegt: ‘Het is feest en ik ga er ook naar toe.’

Samen met zijn buurmeisje Jopie gaat hij naar de Dam. Ze staan midden op het plein als er plotseling wordt geschoten. In paniek rennen ze voor hun leven, richting de Nieuwendijk, struikelend over anderen en anderen over hen; Jopie verliest een schoen en haar tas. Janus buigt zich over haar heen en roept: ‘Bukken!’, en dan, plotseling: ‘Ik ben geraakt.’. Even later raken ze elkaar kwijt.

’s Avonds is Jopie met Janus’ ouders in het Binnengasthuis, het ziekenhuis waar hij ligt. Hij sterft die avond rond half twaalf, nadat hij tegen Jopie heeft gezegd dat hij blij is dat zij gezond is gebleven.

Janus laat zijn ouders, drie zussen en een broer achter. Zijn zus Bep zal een maand later haar pasgeboren zoon Janus' voornamen geven.

Johannes Willem Straatmijer
Johannes
* Amsterdam 30 april 1901
† Amsterdam 7 mei 1945

Bloemenkoopman Johannes is met zijn vader Hendrik op de Dam als hij wordt doodgeschoten.

Fotograaf Cas Oorthuys is er die dag ook. Op een van zijn foto’s is de chaos die achterblijft na de schietpartij goed te zien: een vertrapte fiets wordt geflankeerd door in de vlucht verloren schoenen. Twee mannen zijn bezig de rotzooi op te rapen, beiden houden in papier verpakte bossen bloemen in hun armen.

Zijn die van Johannes? Is hij er die dag om bloemen te verkopen? Het is nooit bevestigd.

Johannes laat een vrouw, Henriette Straatmijer-Jansen, en een zoon achter. De weduwe hertrouwt na het overlijden van haar man. Haar tweede echtgenoot zal in 1952 al komen te overlijden.

Arnoldus Petrus Stroop
Nol
* Oosterhout 16 maart 1905
† Amsterdam 7 mei 1945

Nol is op de Dam met zijn vrouw Pieternella en hun vijfeneenhalf-jarig zoontje Ton. Ze willen de Canadezen zien. Voor reisbureau Lisonne Lindeman, op de hoek van de Eggertstraat en de Dam, staan ze. Zoon Ton herinnert zich dat hij op de schouders van zijn vader zit.

Het moet ongeveer een kwartier voor het schieten zijn geweest als Pieternella naar huis wil, naar de Laurierstraat. Ze neemt haar zoontje mee. Onderweg horen ze schoten.

Later, als Nol maar niet komt opdagen, wordt Pieternella ongerust. In de Zuiderkerk wordt hij gevonden en geïdentificeerd door een overbuurman.

Officieel is Nols noodlottige dood geen gevolg van de oorlog. Twee dagen eerder werd Nederland bevrijd, de nabestaanden van de slachtoffers op de Dam hebben geen recht op een uitkering. Al snel verhuist Pieternella met Ton naar haar ouders: de huur kan niet meer worden opgebracht. Pas jaren later zal zij geld ontvangen.

Nol laat zijn vrouw, Pieternella Marsman, en zoon Ton achter.

Sophia Frederika Mathilda Vermeulen-de Vries
Sophia
* Amsterdam 21 november 1892
† Amsterdam 9 mei 1945



Sophia’s man waarschuwt haar niet naar de Dam te gaan, hij heeft er een slecht gevoel over. Maar ze gaat toch, met haar kleinzoon, een kind dat door haar wordt opgevoed. 
Als het schieten begint werpt Sophia haar lichaam op dat van haar kleinzoon Rodney Vas. Ze vangt twaalf kogels op. De documenten geven als doodsoorzaak ‘schotwonden’ en ‘longembolie bij gecompliceerde breuk van het rechter dijbeen’. Rodney blijft ongedeerd.

Sophia’s achterkleindochter, Nathalie Vas, vertelt jaren later het verhaal van haar vader Rodney: de jongen die gered wordt door het lichaam van zijn oma. Ze is er van overtuigd dat de gebeurtenis hem heeft getraumatiseerd. Door de schok raakt een zenuw in een van zijn ogen beschadigd. Vanaf dat moment kijkt hij scheel. Later maakt een operatie de beschadiging ongedaan, maar het oog blijft kwetsbaar. Af en toe, als hij moe is, keert de scheelheid terug.

Sophia, strijkster en ‘artiest’, laat een echtgenoot, Leonardus Vermeulen, en twee kinderen achter: Leonardus en Sophia Vermeulen. En kleinzoon Rodney Vas.

Hendrikus Willemsen
Henk
* Amsterdam 30 mei 1908
† Amsterdam 7 mei 1945

Volgens kleindochter Tilly lopen ze die dag samen naar de Dam, Henk en zijn dochter Martina. Hand in hand. 
Martina is erbij als haar vader wordt neergeschoten. Hij is dan zesendertig jaar. Zij is dertien.

Ze vlucht voor de schoten en wordt opgevangen door een pastoor die haar naar hotel-restaurant de Roode Leeuw op het Damrak brengt. Niet veel later gaat ze naar huis. Alleen.

’s Avonds om half elf zal Henk in het Binnengasthuis sterven aan de gevolgen van schotwonden in zijn buik.

Hij laat een vrouw, Martina Johanna Willemsen-Bouwmeester, en twee kinderen achter: Hendrikus en Martina. Moeder Martina zal in 1953 overlijden.

Colofon

Concept en Ontwerp
Moniker

Curator en projectadviseur
Ronald van Tienhoven

Plaats een Steen werd gerealiseerd in opdracht van
Stichting Memorial 2015
voor Damslachtoffers 7 mei 1945

Bestuursleden
Johan Wieland, voorzitter en penningmeester, nabestaande van slachtoffer mw. Elisabeth Wieland-Lacourt
Rob Doves, secretaris, nabestaande van slachtoffer mw. Hendrina Louise Koper-Frank
Norbert-Jan Nuij, historicus
Ludmilla van Santen, genealoge en historisch onderzoekster

Speciale dank aan alle vrijwilligers, familieleden van de slachtoffers en donateurs voor hun belangeloze bijdrage aan dit project.

Wij danken de volgende fondsen
en sponsoren voor hun ondersteuning tevens zijn
we dankbaar voor de vele particuliere donaties